De kantonrechtersformule is een ontbindingsvergoeding waarvan de hoogte door de kantonrechter wordt vastgesteld wanneer hij, in een verzoekschriftprocedure, een arbeidsovereenkomst ontbindt.

De kantonrechtersformule luidt als volgt: A*B*C, waarbij
A = het aantal gewogen dienstjaren
B = de beloning
C = de correctiefactor

Aantal gewogen dienstjaren bij kantonrechtersformule
Voor de kantonrechtersformule berekening van het aantal gewogen dienstjaren wordt de diensttijd afgerond op hele jaren, waarbij een half jaar naar beneden wordt afgerond, en een half jaar + een dag naar boven. in de kantonrechtersformule worden dienstjaren vervolgens als volgt gewogen:

  • Elk dienstjaar tot het 40e levensjaar = 1
  • Elk dienstjaar vanaf het 40e tot het 50e levensjaar = 1,5
  • Elk dienstjaar vanaf het 50e levensjaar = 2
  • Peildatum voor de leeftijd is de datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst. .

     

Voorbeeld berekening kantonrechtersformule:
Het aantal gewogen dienstjaren voor een medewerker van 53 jaar, met 17 dienstjaren is:
(3*1) + (10*1,5) + (4*2) = 3+15+8 = 26
Wanneer het dienstverband slechts korte tijd (maximaal een jaar of drie) geduurd heeft, past de kantonrechter doorgaans de kantonrechtersformule niet strikt toe. In het algemeen wordt de kantonrechtersformule dan sterk naar boven afgerond.

Kantonrechtersformule en beloning
Basis voor de beloning is het laatstgenoten bruto maandsalaris, te vermeerderen met 8% vakantiegeld. Vaste looncomponenten zoals een vaste dertiende maand, een vaste ploegentoeslag of een vaste wachtdiensttoeslag worden hierbij opgeteld.

Correctiefactor in de kantonrechtersformule
Met de gebruikte correctiefactor in de kantonrechtersformule laat de kantonrechter zien aan wiens schuld hij de omstandigheden die tot de ontbinding leiden (de ontbindingsgrond), wijt. De kantonrechter kan in de kantonrechtersformule berekening een correctiefactor van 0 (nul) of hoger gebruiken, bijvoorbeeld 0,5, 1, 2,75 of 5.

Correctiefactor 1
In de kantonrechtersformule is correctiefactor 1 een uitgangspunt, in dat geval zijn er geen bijzondere omstandigheden die zouden leiden tot een hogere/lagere vergoeding. Dit wordt ook wel een "neutrale" ontbinding genoemd in de kantonrechtersformule. Bij een ontbindingsgrond die geheel in de risicosfeer van de werkgever ligt, en waarbij geen sprake is van verwijtbaarheid bij één van beide partijen, zal in het algemeen correctiefactor 1 gebruikt worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het vervallen van de arbeidsplaats van de werknemer in verband met een reorganisatie (zonder dat zich verdere bijzondere omstandigheden voordoen).

Correctiefactor lager dan 1
Wanneer de kantonrechter van mening is dat, gezien de omstandigheden, een ontslagvergoeding niet op haar plaats is, gebruikt hij de correctiefactor 0 (nul). Uitgangspunt voor een correctiefactor 0 is dat de ontbindingsgrond geheel in de risicosfeer van de werknemer valt, en er geen sprake is van verwijtbaarheid bij één van beide partijen.

Correctiefactor hoger dan 1
Wanneer de kantonrechter van mening is dat de werkgever verwijtbaar heeft gehandeld, kan de kantonrechter in de kantonrechtersformule een correctiefactor hoger dan 1 gebruiken. De correctiefactor kan flink hoger worden dan 1; zo heeft op 4 augustus 2003 de kantonrechter te Gorinchem een ontbindingsvergoeding met een correctiefactor van meer dan 8 toegekend (vindplaats: JAR 2003, 233), wegens de manier waarop de werkgever het ontslag heeft aangekondigd, het feit dat de werkneemster op verzoek van haar werkgever op een andere functie had gesolliciteerd, maar in haar nieuwe functie vervolgens onvoldoende begeleid is door haar werkgever, en gezien haar chronische ziekte die het haar bemoeilijkt een nieuwe baan te vinden.

kantonrechtersformule, vergoeding en ww
De vergoeding uit de kantonrechtersformule is voor de werknemer een compensatie voor het verlies van zijn inkomen uit arbeid. Naast de vergoeding zal de werknemer, zolang hij werkloos is, meestal ook recht hebben op een werkloosheidsuitkering van het UWV.

In het verleden had de ontbindingsvergoeding geen enkele invloed op het recht op ww. Om de ontbindingsprocedure te ontmoedigen geldt sinds enige jaren dat bij een ontbinding de vergoeding mede gezien moet worden als inkomsten over de opzegtermijn. Over die opzegtermijn heeft de werkloze werknemer dan geen recht op een ww-uitkering