In Nederland kennen we een dubbel ontslagstelsel. Dit betekent dat uw werkgever kan kiezen of hij een ontslagaanvraag indient bij de kantonrechter of bij de Centrale organisatie Werk en Inkomen (CWI). De ontslagprocedure bij de CWI is geheel schriftelijk en begint met de indiening van een goed onderbouwde ontslagaanvraag bij een van de zestien afdelingen Juridische Zaken van de CWI. De ontslagaanvraag moet worden ingediend bij de afdeling Juridische Zaken van de CWI binnen het werkgebied waar u als werknemer werkzaam bent.

Verloop van CWI procedure
Als de ontslagaanvraag door de CWI compleet bevonden is, stuurt de CWI de ontslagaanvraag aan u door. U krijgt meestal slechts twee weken de tijd om hierop schriftelijk te reageren. Uw schriftelijke reactie (vaak opgesteld door een arbeidsrechtspecialist) wordt vervolgens ook weer aan uw werkgever toegestuurd. Vervolgens beslist de CWI of het ontslagdossier compleet is, of dat er nog een tweede ronde moet plaatsvinden. Bij een tweede ronde mogen beide partijen nogmaals schriftelijk reageren. Als het ontslagdossier compleet is wordt het door de CWI voorgelegd aan een speciale ontslagadviescommissie. Deze commissie adviseert de CWI om het ontslag goed te keuren of af te wijzen. De beslissing van de CWI wordt aan beide partijen gelijktijdig schriftelijk toegezonden. In tegenstelling tot de ontbindingsprocedure bij de kantonrechter wordt de hele CWI-procedure volledig schriftelijk gevoerd.

De beslissing van de CWI
Als uw werkgever geen toestemming verleend wordt blijft de arbeidsovereenkomst tussen u en uw werkgever in stand. Krijgt uw werkgever wel toestemming, dan moet uw werkgever de arbeidsovereenkomst vervolgens nog opzeggen. Daarbij mag uw werkgever 1 maand korting toepassen op de geldende opzegtermijn. Er moet wel minimaal 1 maand opzegtermijn overblijven. Een belangrijk verschil met de ontbindingsprocedure bij de kantonrechter is dat de CWI niet bevoegd is een uitspraak te doen over een ontslagvergoeding. Daarvoor moet u eventueel een aparte procedure starten bij de kantonrechter. Ook tegen de beslissing van de CWI staat geen hoger beroep open